Erelid Nico van Overdam Overleden

Hedenmorgen bereikte ons het bericht dat Erelid Nico van Overdam op 89 jarige leeftijd is overleden.
Nico betekent zeer veel voor OLIVEO. In 1935 is hij lid geworden van OLIVEO. In 1939(!) debuteerde Nico op vijtienjarige leeftijd in OLIVEO 1. Hier heeft hij bijna 25 jaar gespeeld.

Na zijn voetbal loopbaan heeft Nico zich ontwikkeld tot een niet te missen vrijwilliger. Vanaf 1990 tot 2012 heeft hij dagelijks onze Sporthal onderhouden. De Sporthal die tijdens het 75 jarig jubileum in 2005 zijn naam kreeg toegewezen. De Nico van Overdam Hal.

OLIVEO verliest in Nico van Overdam een van zijn Iconen!
Wij wensen zijn zoon Jan veel sterkte met dit verlies.

Hieronder leest u een verhaal wat verscheen in ons Jubileumboek in 2005.
Het geeft uitstekend weer wat wij in Nico verliezen.

Walter van den Bogaerdt

De condoleance is op woensdag 4 december van 20.00 tot 20.45 in het uitvaartcentrum aan de Thorbeckelaan.De begrafenis vindt plaats op vrijdag 6 december na de plechtigheid in de aula op de St. Janshof aan de Oudeweg in Nootdorp: aanvang 11.00.

 70 jaar lid

Nic is in 1924 geboren en op elfjarige leeftijd - hij woonde toen in de Zuiderstraat - werd hij lid van Oliveo. ‘Stiekem voetbalde ik al eerder mee. Daar zorgde mijn oom Wout van Overdam voor. In 1939, ik was toen dus vijftien, maakte ik mijn debuut in het eerste. Ik ging van de B direct naar het eerste. Ik was toentertijd behoorlijk snel, dus ik moest voorin lopen. Ik was natuurlijk nog een jongen en die kerels met wie ik voetbalde waar veel ouder. Ik durfde mij in het begin niet eens met hen om te kleden. En natuurlijk, hun woord was wet. Zij zeiden tegen mij: ‘Voorin blijven!’ Maar als ik zag dat ze wel wat hulp konden gebruiken, kwam ik naar achteren. Maar dan riepen ze: ‘Naar voren jij!’ De bedoeling hiervan was natuurlijk duidelijk. Als zij de bal hadden ging die zo snel en hard mogelijk naar voren. En ik maar rennen.”

“Ja, achteraf was het eerste van Oliveo een gewoon ploegje. Op een gegeven moment liepen we trouwens met alleen maar jonge jongens in de voorhoede. Je moet weten, een voorhoede bestond toen uit vijf man en bij elkaar waren we nog geen honderd jaar. En weet je wat ook anders was? Als je met de bal op de keeper af rende, dan bleef de keeper gewoon staan. Hij kwam z’n doel niet uit.”

“In de oorlog hebben we nog een poosje door gevoetbald. Toen moest ik twee jaar in Duitsland werken. Toen ik terugkwam, ik was toen net 21, ging ik weer in het eerste voetballen. En ja, dat heb ik dus tot mijn 39ste gedaan.’

Nic heeft dus zowel de degradatie in 1956 als de promotie in 1960 meegemaakt. De schijnbaar onverslijtbare Nic van Overdam moest in de loop der jaren toch wat aan snelheid inleveren. ‘Ik ben in de voorhoede begonnen. Dat werd dus later het middenveld en ik eindigde in de achterhoede. Ik weet nog wel dat ik in mijn laatste jaar lager was gaan voetballen. Ik speelde toen in het tweede, maar toen ze in het eerste een mannetje tekort kwamen moest ik weer met het eerste meedoen. Dat was geloof ik tegen Wippolder. En toen heb ik het seizoen afgemaakt in het eerste.”

Open deur

We trappen even een open deur in door te zeggen het wereldje rondom een eerste elftal tegenwoordig totaal anders is dan toen. ‘Onvergelijkbaar’, aldus Nic, ’we hadden ook geen trainer. En de elftallen werden samengesteld door een zogenaamde elftalcommissie. Eigenlijk deden we maar wat. Natuurlijk trainden we wel een keer per week maar dat stelde niet zo veel voor. Wat wij wel deden, dat was in de winter doortrainen.’

Misschien is Oliveo wel de uitvinder van de indoortraining, getuige het relaas van Nic.’In de winter kregen we in het Parochiehuis een soort gymnastiekles van Harry Horsten. Gek genoeg, kwam ik daar fitter vandaan dan dat ik ernaar toeging. Dat was echt wel goed. En in de kantine aan de Monnikenweg hebben we ‘s winters ook getraind. Ja, dan liepen we rondjes om de kachel die in het midden van de kantine stond. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat we door die binnentraining na de winterstop fitter waren dan de clubs die maanden niets gedaan hadden.’

Halverwege de jaren vijftig haalde Oliveo haar eerste betaalde trainer binnen. ‘Dat was dus Joop Everstein. Nee, die vond ik niets. Van wie ik wel wat heb geleerd, dat was Lies van Geest. Na de wedstrijd kwam hij een keer naar mij toe en zei hij: ‘Zeg Overdam, je hebt twee keer de bal weggetrapt zonder te kijken.’ Verdomd, dacht ik,  je hebt gelijk. Vanaf dat moment ontstaat er ook respect voor zo’n trainer.’

Met zo’n schat aan ervaring ligt het natuurlijk voor de hand dat Nic in de loop der tijd de aanvoerderband kreeg. Hier maakten ze Nic niet blij mee. ‘Nee, het aanvoerderschap was geen hobby van mij. Dan moet je tegen mensen zeggen wat ze moeten doen. Dat past niet bij mij. Zo heb ik ook nog in het bestuur gezeten maar daar ben na één jaar al mee gestopt. Behalve dat zo’n baan niets voor mij is, was er ook een andere reden. Ik werkte in ploegendienst en ze vergaderden vaak als ik aan het werk was of moest slapen.”

 VUC

Uiteraard was Nic ook van de partij toen het roemruchte VUC met internationals als Bertus en Karel de Harder aan de Monnikenweg met 3-2 klop kreeg. ‘Ik ging toen regelmatig bij VUC kijken. Zij speelden toen op Het Kleine Loo en je kon er met de trein zo heen. Ik wist dat VUC een speciale manier had om de aftrap te nemen. Ze keken dan zogenaamd naar rechts maar trapten de bal naar links. Daar rende Bertus de Harder dan. Maar zoals gezegd, ik ging geregeld bij VUC kijken en dus wist dus dat ze dat zo startten. En wat gebeurde er? Die gasten nemen de aftrap, ze kijken naar rechts en ondertussen sprint Bertus de Harder als een haas langs de zijlijn naar voren. Maar voordat Bertus de bal kreeg, zat ik er al tussen. Prachtig was dat! En het publiek pakte dat gelijk op en begon keihard te juichen. Dat was natuurlijk een schitterend begin van de wedstrijd. We wonnen met 3-2 en VUC, dat moet je weten, was toentertijd een hele grote club. Die speelden wat nu de eredivisie is.’

 Na bijna 25 jaar in het eerste te hebben gevoetbald (we tellen de twee jaar dat Nic in de oorlog in Duitsland moest werken gewoon mee, wat kan ons het schelen) speelde Nic ook nog een kleine twintig jaar in een lager elftal. Hij kijkt met veel plezier terug op deze tijd. “Ik heb eerst nog een seizoen in het derde gespeeld. Het voetballen was wel leuk, maar ik vond er niets aan. Het was niet gezellig of zo. Toen ben ik in het vijfde terecht gekomen en dat was een wereldelftal. Met Quirien Haket, de gebroeders Hans en Jos Wubben, Theo Termoshuizen, Guus Toussaint. We werden wel regelmatig kampioen maar toch gingen we dan een elftalletje lager spelen. Oliveo groeide en ons elftal zakte dan. Echt, een gouden tijd was het. Wat zo leuk aan dat elftal was, was dat ook de vrouwen zo goed met elkaar konden opschieten. Het was één grote familie. Wat we bijvoorbeeld elk jaar deden was met z’n allen met de bus naar Duitsland gaan, naar Montebauer. Berengezellig was dat altijd. Bij het spoor bij Zoetermeer kwamen de eerste biertjes al tevoorschijn.”

Aan de 48-jarige loopbaan van Nic als voetballer kwam op 59-jarige leeftijd abrupt een eind. ‘Ja, ik gleed uit en ik voelde direct dat het niet goed met m’n knie was. Toen wist ik dat ik moest stoppen.’

Sportlaan

Nic komt uit een ware Oliveo-familie. Legendarische Oliveo-mannen als Wout en Henk van Overdam zijn ooms van Nic. Zijn vrouw Ria heeft een jaar of tien achter de bar bij Oliveo gestaan en zoon Jan heeft zoveel klusjes voor de club verricht dat hem dit in 2000 zelfs de Kauffmantrofee opleverde. Met zoveel blauw-wit bloed in de aderen is het niet verwonderlijk dat Nic ook actief voor de club werd.

‘In de tijd aan de Monnikenweg heb ik niet zo veel gedaan. Daar liep Wout, he. Hij had de regie en daar moest je niet bijkomen. Toen we naar de Sportlaan verhuisden, zeg maar begin jaren ’70, ben ik meer voor Oliveo gaan doen. Ik werkte in de Lijmfabriek in Delft en had onregelmatige diensten. Als ik dan overdag niet kon slapen, ging ik naar Oliveo. Samen met Willem Blom heb ik ontelbare klusjes gedaan.’

In het voorjaar van 1990 werd het werkterrein van Nic verlegd naar de sporthal. Al vanaf het allerprilste van de hal zorgt Nic voor het onderhoud. ‘Ja, iemand moet dat toch doen. Je moet die hal goed onderhouden. Zeker ook omdat je hem verhuurt. Dit betekent dus drie keer in de week, maandag, woensdag en vrijdag, de vloer schoonmaken en dweilen en alle ruimten eromheen schoonmaken: de toiletten, de kleedkamers, toeschouwerruimten en therapeutenkamer. Iedere keer is dat een klus van een uur of drie. Eigenlijk kom ik nog steeds elke dag bij Oliveo.’

Hoeveel uur hij in Oliveo steekt, wil Nic niet weten.’Nee joh, de uren tel ik niet. Dit vind ik niet belangrijk. Niet dat ik me nou iedere dag te barsten lach bij Oliveo, maar ik heb er toch wel lol in als alles goed draait en er verzorgd uitziet.’

Nic is op 81-jarige leeftijd nog een toonbeeld van gezondheid en vitaliteit. Maar ook tussen de oren zit het nog prima bij de Kauffman Trofee-winnaar uit 1991. Nic hoor je niet zeuren dat vroeger alles beter was. ’Natuurlijk niet, het is nu gewoon anders. Ik ga graag naar de jeugd kijken en die spelen gewoon tien keer zo goed als wij vroeger. Echt waar. En wat ik dan altijd bewonder zijn die leiders en trainers van die lagere jeugdelftallen. Kijk, trainer en leider zijn van D1, dat willen we allemaal. Maar die mannen die hun zaterdag in een C4 stoppen. Vind ze maar eens. Nee, voor hen neem ik mijn petje af.’

Gaat Nic wel op z’n gemak bij de jeugd kijken, vreemd genoeg slaat hij wedstrijden van het eerste geregeld over. ‘Kijken naar het eerste is voor mij veel te spannend. Zo’n Wout van Overdam Toernooi vind ik wel leuk om te zien. Of dan ga ik naar de training kijken. Want daar kan je ook al zien hoe het draait en wat de spelers wel en niet kunnen. Maar zoals vorig seizoen, toen we kampioen moesten worden, want dat moest gewoon, he, dan is kijken naar het eerste voor mij veel te spannend en heb ik het slecht naar mijn zin. Dan fiets ik op mijn gemak naar RKDEO of Wippolder en ga daar een wedstrijdje bekijken.’

Daarna glimlachend: ‘Wat dat betreft kan het eerste beter een beetje rustig in de middenmoot meedraaien. Dan kan ik ook eens gaan kijken.”

Als je zo lang bij Oliveo speelt en actief bent - zal iemand Nics lidmaatschap van zeventig jaar ooit nog overtreffen - is het niet verwonderlijk dat hij enkele malen in de schijnwerper is gezet in het Oliveo Kontakt. Ergens halverwege de jaren zeventig wordt Nic geïnterviewd voor ons clubblad en spreekt hij mooie woorden ‘Oliveo heeft zoveel voor mij gedaan. Laat mij daarom maar iets voor Oliveo doen.’

Een mooie gedachte is zo zonder meer prachtig verwoord. En inderdaad Nic, je hebt je aan het woord gehouden. Bedankt.

Harry Kerklaan